Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Startpagina Wijn algemeen Wijn maken De wijngaard Vinificatie Druiven plukken Wijnvaten Bottelen Kurk Etiketten Druivensoorten Druivensoorten wit Druivensoorten rood Wijnsoorten Wijnsoorten algemeen Wijnsoorten wit Wijnsoorten rood Wijnsoorten rose Wijnsoorten champagne Wijnsoorten sherry Wijnsoorten port Wijn en gerechten Wijnlanden Frankrijk Romenie Zwitserland Bulgarije Beaujolais Bergerac Corbieres Corsica Cotes de Bourg Bordeaux Cotes de Castillon Cotes du Rhone Elzas Gaillac Jura Languedoc / Roussillon Loire Macon Bordeaux Cotes du Luberon Bourgogne Provence Savoie Sud - Quest Chateau Margaux Italie Abruzzo Trentino Alto Adige Toscana 

Wijnsoorten champagne

Curabitur vitaeorci vel felis aliquam fermentum ultriciesvelit velit erat Nunc consequat lorem. Proin a nibh. Duis

ChampagneDe Champagnestreek is een van de noordelijkste wijngebieden van Frankrijk en ook van Europa. Toch wordt er een wijn geproduceerd die qua bekendheid en uitstraling zijn gelijke niet kent. Waar ter wereld ook een feestje gevierd wordt, er zal hoogstwaarschijnlijk met Champagne geklonken worden. De oorzaak ligt onder andere in de bodem, die net als in het nabijgelegen Chablis uit kalk bestaat. Om de Champagnewijnen een paar jaar flessenrust te gunnen voordat deze op de markt gebracht wordt, worden de flessen opgelegd in enorme kelders, uitgehouwen uit de zachte kalksteen. UitstralingVan de speciale soorten wijn heeft de Champagne de meest feestelijke uitstraling. Bij sportmanifestaties, bij de tewaterlating van schepen, of bij bruiloften vervult Champagne een belangrijke rol. Bij dit soort gelegenheden krijgt de Champagne echter vaak niet het respect dat hij verdient. Ongetwijfeld vormt de betovering van de onafgebroken opstijgende koolzuurbelletjes een deel van het feestelijke karakter van de Champagne. Deze koolzuurbelletjes ontstaan tijdens de speciale manier (de 'méthode champenoise') waarop de Champagnes gisten. VoorschriftenIn een wet uit 1927 wordt bepaald welke wijnen de naam 'Champagne' mochten voeren. Tevens werd in deze wet vastgelegd welke drie druivensoorten gebruikt mochten worden voor de bereiding van Champagne: de pinot meunier, de pinot noir (blauwe druiven met wit sap) en de chardonnay (een witte druif). Bovendien moest de wijn binnen een bepaald gebied in Noordoost-Frankrijk - in de buurt van de steden Reims, Épernay en Sézanne - geproduceerd zijn. De karaktereigenschappen van de Champagne hebben te maken met het klimaat van deze streek en met de kalkrijke krijtbodem. Verder spelen ook de speciale manier van persen en de langzame gisting in de koele kelders een grote rol bij het verkrijgen van de kenmerkende kwaliteiten van de Champagne. Om de kwaliteit te waarborgen, zijn regels ingevoerd over de manier waarop de druiven verbouwd moeten worden. Deze regels zijn later nog uitgebreid met o.a. voorschriften over de minimale tijd die een Champagne gerijpt moet hebben voordat hij op de markt mag worden gebracht. ProductiemethodeRond het begin van de jaartelling werd door de Romeinen in Franse streken wijn verbouwd. Dit was echter een gewone niet-mousserende ('stille') wijn. De productie van Champagne werd volgens de overlevering pas mogelijk toen de benedictijner monnik Dom Pérignon zo'n 300 jaar geleden een methode ontdekte om zorgvuldig druivensoorten te selecteren en te mengen. Dankzij de ontdekking van de methode om kurken met ijzerdraad op de fles te houden, werd het voor het eerst mogelijk om de wijn in flessen te laten gisten. In de beginjaren bleek echter dat de flessen te dun waren, waardoor een groot aantal flessen, door de druk van het bij de gisting ontstane koolzuurgas, ontplofte. Door verbeterde fabricagemethoden konden de flessen later van dikker glas gemaakt worden. Het is overigens niet onmogelijk dat Dom Pérignon deze methode heeft leren kennen in de Limousy, want hier kende men volgens een plaatselijke overlevering deze techniek al eerder. Aan de bereiding van Champagne worden zeer hoge eisen gesteld. Bij het oogsten worden alleen de goede trossen (dus zonder kapotte of onrijpe druiven) met de hand geplukt. Om te voorkomen dat het sap door de blauwe schillen gekleurd wordt, perst men de druiven in ondiepe bakken. Op deze manier blijven de schillen niet te lang in het druivensap liggen. De persing vindt daarbij in meerdere fasen plaats. De eerste persing levert de meeste, en kwalitatief beste hoeveelheid sap op: de 'cuvée'. De volgende persingen leveren minder sap op, die slechter van kwaliteit is: de 'tailles'. De uiteindelijke kwaliteit van de Champagne wordt mede bepaald door de vraag of, en in hoeverre, de cuvée met de tailles vermengd zal worden. Nadat deze druivensappen tot jonge wijnen verwerkt zijn, worden ze vermengd om uiteindelijk de specifieke smaak van het Champagnehuis te verkrijgen. Dit vermengen heet 'assembleren', en vereist een zeer grote kunde van de producenten. Er wordt door de producenten altijd gestreefd naar een herkenbare kwaliteit. Dit mengsel van de jonge wijnen, ook 'cuvée' genoemd, wordt gebotteld onder toevoeging van 'stille' champagnewijn met suiker en gist. Als deze wijn enkele weken gelagerd is, begint hij opnieuw te gisten. Het hierbij ontstane koolzuurgas kan niet ontsnappen, waardoor het zich gedurende een periode van minstens één jaar onder grote druk steeds meer mengt met de wijn. Op deze manier laten de belletjes minder makkelijk los. Het bezinksel, dat door de gisting in de fles gevormd is, moet zodanig verwijderd worden dat het koolzuurgas niet kan ontsnappen. Hiervoor is een speciale methode ontwikkeld. De flessen worden in speciale rekken horizontaal geplaatst, zodat het dépôt zich op de zijwand van de fles bevindt. Een personeelslid van het wijnhuis heeft vervolgens de taak om alle flessen stuk voor stuk even te schudden en ze weer terug in het rek te zetten. Hierbij worden de flessen steeds in een iets meer verticale positie geplaatst, zodat de flessen na enkele weken helemaal verticaal staan en het dépôt zich in de hals van de wijnfles bevindt. Deze methode, 'remuage' genoemd, werd aan het eind van de 18e eeuw door Nicole-Barbe Cliquot ontwikkeld. DegorgementVoor het verwijderen van het dépôt uit de hals is een andere techniek ontwikkeld: 'dégorgement'. Hiervoor worden de flessenhalzen ondergedompeld in een bad met een temperatuur van -20°C. De inhoud van de hals, met daarin het dépôt, bevriest en kan nu gemakkelijk verwijderd worden. De hierbij ontstane ruimte in de fles wordt opgevuld met oude champagnewijn, die vermengd is met rietsuiker en eventuele andere stoffen. Deze aanvulling, de 'dosage', bepaalt in hoge mate de uiteindelijke smaak van de Champagne. De laatste jaren geschieden de remuage en het dégorgement steeds vaker volgens geautomatiseerde procédés. Daarnaast wordt er ook geëxperimenteerd met methodes om het dépôt zonder bevriezing van de flessenhals te verwijderen. IndelingGlobaal kunnen de Champagnes op grond van hun suikergehalte worden onderverdeeld in 'brut de brut' (minst zoet), 'brut', 'extra dry', 'sec', 'demi-sec' en 'doux' (zoetst). Daarnaast kan er onderscheid worden gemaakt op grond van de gebruikte druivensoorten, de menging, de kwaliteit van de betreffende oogst(en), en de manier waarop de eerste en de tweede gisting plaatsvinden. Het is vaak niet mogelijk een jaartal aan een Champagne toe te kennen, omdat veel Champagnes worden samengesteld uit wijnen die geproduceerd kunnen zijn in verschillende jaren. Wanneer uitsluitend wijnen uit een zelfde jaar gebruikt worden, worden deze Champagnes 'Millésimés' genoemd. Deze worden uiteraard slechts geproduceerd in een uitzonderlijk oogstjaar. Hierbij wordt het jaartal op het etiket vermeld. Speciale soorten Champagne zijn de iets lichtere 'Blanc de blancs'. Deze Champagnes worden uitsluitend gemaakt van het sap van de witte chardonnaydruif en de enigszins exclusieve en kostbare Champagne rosé. Hiervoor laat men de velletjes van blauwe druiven korte tijd in het witte sap weken. Het is ook mogelijk vóór het bottelen een kleine hoeveelheid Bouzy (een rode wijn uit de streek, met name uit de dorpen Bouzy en Ambonnay) toe te voegen. Het productie-procédé (de 'méthode traditionelle') van de Champagne wordt ook in andere streken toegepast, maar op grond van een rechterlijke uitspraak mogen de wijnen uit deze streken de naam "Champagne" niet dragen. In diverse andere streken van Frankrijk worden Vins Mousseux (mousserende wijnen) geproduceerd. Uit Italië komt de Spumante, en in Catalonië (Noordoost-Spanje) wordt Cava (ook wel Champán genoemd) geproduceerd. Van mindere kwaliteit zijn de Duitse Sektwijnen. De Luxemburgse Perléwijnen zijn gewone wijnen, waaraan de koolzuur onder druk is toegevoegd bij het bottelen. Deze soort kan dus eigenlijk niet tot de Champagnes gerekend worden. Tenslotte worden de laatste jaren steeds meer mousserende wijnen van goede kwaliteit geproduceerd in gebieden als Californië, Australië en Nieuw-Zeeland. BewarenElke wijn vraagt om een speciale manier van bewaren en een goede temperatuur en wijze van opdienen. Dit gaat met name op voor de Champagne. Champagne wordt bij voorkeur bewaard op een donkere en koele plaats. Bewaar Champagne niet te lang, want de kwaliteit loopt snel terug. Champagne moet op een temperatuur van 8 à 9°C geserveerd worden. Leg, om deze ideale temperatuur te bereiken, de fles enkele uren in de koelkast (niet in het vriesvak!) of plaats de fles ongeveer een half uur in een koeler met ijs en water. Het openen van de fles is niet moeilijk. Na het losdraaien van het ijzerdraad verwijdert men de folie. De fles wordt aan de onderkant vastgehouden en rustig gedraaid, terwijl men met de andere hand de kurk vasthoudt. Op deze manier komt de kurk vanzelf naar boven. Het is hierbij niet de bedoeling de kurk met een knal te laten wegschieten.

Wijnsoorten Champagne



Wijninfo Harrie Claessen